Bovenkerk krijgt met klokken haar historische karakter terug
Met toestemming overgenomen uit Reformatorisch Dagblad van 23-03-2003
Albert-Jan Regterschot
KAMPEN - Zeker acht klokken hingen tijdens de Middeleeuwen in de toren van de Kamper Bovenkerk. Van de majestueuze Salvator tot de kleine Petrus en Paulus; alle gegoten door de wereldberoemde Geert van Wou. Aan het begin van de 17e eeuw verdwenen er veel, om nooit meer terug te keren. Als het aan een groep enthousiaste Kampenaren ligt, gaat dat veranderen. "We willen er zeker acht hebben."
Het is bepaald geen gemakkelijke weg naar de klokkenstoel van de Bovenkerk. De route loopt langs een smal houten trapje achter het beroemde Hinsz-orgel. Een zware stalen deur daarachter geeft toegang tot de toren.
Op de eerste verdieping van het majestueuze bouwwerk klinkt zacht de regelmatige tik van het uurwerk. Via een ingenieus systeem stuurt het mechanisme de wijzers, die enkele tientallen meters hogerop aan de buitenkant van de toren zitten. Hoog daarboven zijn de bevestigingspunten zichtbaar waarmee de klokkenstoel aan de toren is vastgemaakt.
De gang naar de klokken is dan nog maar voor de helft gemaakt. Want het wordt pas echt lastig als de zware houten deur opengaat. Erachter schuilt een stenen trap, die eindigt op de tweede verdieping van de toren. Daar staat een soort raamwerk van houten balken, soms tientallen centimeters dik.
Hette Meijering, voorzitter van het Comité Luidklokken Bovenkerk en tevens directeur van een van de Kamper basisscholen, komt er regelmatig. "Ieder jaar hebben we een projectweek over de klokken, dan komt hier zelfs een hele klas."
Meijerings interesse voor de klokken werd gewekt toen hij in 1987 een lezing over het onderwerp bijwoonde. "Ik dacht: dat is een mooi onderwerp voor een klassenproject. In 1990 kwam het er voor het eerst van. Sindsdien krijgt elke groep een project over de klokken. Dan bezoeken we ook de toren."
Het project was slechts het begin van een groeiende interesse. Meijering verdiepte zich in de maker van de klokken, de Kampenaar Geert van Wou. Rond de 15e eeuw was dit een van Europa's bekendste klokkengieters. In het kader van het klassenproject legde Meijering contact met de dom in het Duitse Erfurt, waar Van Wous grootste klok hangt: De Gloriosa. Die heeft een diameter van maar liefst 258 centimeter.
"Wat bleek: In 1997 werd het 500-jarig bestaan van deze klok gevierd. Er werden zelfs nieuwe klokken gegoten. Het zag er zwart van het volk, terwijl in Kampen bijna niemand iets afwist van de klokkengieter uit de eigen stad. Ik vond dat we ons daarvoor moesten schamen."
De maat was vol toen de klokken van de Bovenkerk enkele jaren geleden het zwijgen werd opgelegd. Dat was het gevolg van de restauratie van de toren, waarbij een aantal bouwkundige aanpassingen teniet werd gedaan.
"Ik dacht: daar moeten we wat aan doen. De klokkenstoel is aan de bovenkant in slechte conditie. Dat was provisorisch ondervangen door hem aan de muren van de toren vast te maken. Maar dat leverde instortingsgevaar op, omdat daarmee de constructie van de toren onder druk kwam te staan. Zonder die bevestiging aan de muren is de klokkenstoel echter te gammel om te gebruiken. Een opknapbeurt is dus dringend noodzakelijk."
Het inmiddels opgerichte Comité Luidklokken Bovenkerk vond dat dan van de nood een deugd gemaakt kon worden. "We willen niet alleen een restauratie, maar ook moet het aantal klokken op het oude niveau komen. Uit onderzoek blijkt dat in de Bovenkerk vroeger acht tot tien klokken hingen. In 1625 zijn de meeste er uitgehaald, vanwege de scheefstand van de toren. Men was bang dat die door het gewicht van de klokken zou instorten. Later is een deel ervan gebruikt voor het carillon van de Nieuwe Toren, die een paar honderd meter verderop staat."
Het geheel herstellen van de oude situatie is gecompliceerd. "Het gat in de toren waar de klokken door moeten, heeft een diameter van 1,75 meter. Voor echt grote klokken is minimaal 1,95 meter nodig. De opening aanpassen is veel te duur. We willen daarom voorzichtig beginnen. Ik wil zelf minstens één zware bourdon hebben. Daarnaast komt er een aantal kleinere."
Hoe vaak hij ook in de toren komt, Meijering is iedere keer weer onder de indruk van de constructie van de klokkenstoel. Het onderste gedeelte, bestaande uit meterslange balken van tientallen centimeters dik, dateert uit 1567. "Het jaar dat Alva Nederland binnenviel. Als je daarover nadenkt, vertelt ieder deel van de toren iets van het verleden. Een van de klokken is beschadigd. Dat is waarschijnlijk het gevolg van de beeldenstorm."
De klokken die nu nog in de toren hangen, krijgen bij de aanpassing een andere plaats. "Middenin is plaats voor een nieuwe zware klok. De andere komen eromheen. Erboven hangen straks drie kleinere klokken", aldus Meijering.
De werkzaamheden aan de klokkenstoel kunnen geruime tijd duren, denkt hij. "Enkele weken geleden kregen we groen licht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Dat is heel belangrijk, want zonder hun instemming mag je bij wijze van spreken nog geen spijker in de muur slaan. Op korte termijn willen we nu om tafel met de gemeente, om bedrijven te kiezen die deze klus aankunnen. Rond 2005 denken we de eerste fase te hebben afgerond."
Rond het financiële plaatje bestaan nog problemen. "Voor de restauratie, de eerste fase, heeft de gemeente geld beschikbaar. De uitbreiding moet echter met sponsorgeld betaald worden. Maar we hebben goede hoopdat dat geen groot probleem vormt. Er zijn al mensen van wie we weten dat ze er warm voor lopen."
Meijering droomt nu al van de situatie over pakweg een jaar of zeven. "Als de klokken allemaal luiden is dat een feest. Een mooi voorbeeld is de gang van zaken bij de dom in Utrecht. Daar is een compleet luidrooster volgens het kerkelijk jaar. Tijdens kerkelijke hoogtijdagen en het Festival voor de Oude Muziek luiden alle klokken. Ik ben daar één keer bij geweest, op de toren. Dan lopen de rillingen over je rug, prachtig! Daar word je pas echt enthousiast van."
© Reformatorisch Dagblad, alle rechten voorbehouden

