Caspar Berghuijs (1745-1786)
Bij het aantreden van deze organist werden de taken van de stadsorganist nog eens op een rijtje gezet: behalve de kerkdiensten moest hij iedere zaterdag van twee tot drie uur op het orgel spelen, twee maal in de week, op maandag- en donderdagochtend op de klokken spelen en verder zorg dragen voor de gang van zaken rond het stedelijk orkest. Berghuijs was een zoon van Dirk Berghuijs en Maria Pachels. Hij was geen lidmaat van de Gereformeerde, maar van de Lutherse Kerk te Kampen. Op 12 april 1748 werd hij daar ingeschreven. Wellicht mag dit worden opgevat als een teken van de veranderende tijdgeest en de veranderende houding tegenover andere religies. Berghuijs' traktement bedroeg 400 Carolus guldens per jaar. Hij was bekend met de in 1746 overleden Amsterdamse organist G.E Witvogel, zo blijkt ons uit de bronnen. In 1783, toen zijn hoge leeftijd hem parten begon te spelen en hij steeds minder kon zien, sloot hij een overeenkomst met Cornelis Buys, waarin werd bepaald dat deze zijn diensten als organist zou waarnemen. Op 4 december 1784 maakte hij een testament. Twee jaar later kwam hij te overlijden; hij werd op 3 juli 1786 in de Bovenkerk begraven.

