Comelis Buys (1786-1791)
Hij werd op 17 juni 1757 geboren te Amsterdam, als zoon van Cornelis Buys en Leysie Smith. In 1783 werd hij plaatsvervanger voor Caspar Berghuijs. In juli 1786 volgde hij hem op als organist, klokkenist en stadsmusicus. Buys had patriottische sympathiën. Vóór 1786 was hij muzikant in de compagnie van de Majoor Tengnagel bij het Regiment Cavallerie, onder Luitenant-Generaal Jan Willem de Famars. In 1786 maakte hij voor het Patriottische exercitiegenootschap "Voor Vrijheid en Eendragt" twee marsen: de Parademars en de Bataillemars. De tekst van de marsen werden gevormd door gedichten van de "donderpoëet" Jan Louis van Laar Mahuet. Bij de tocht naar Hattem in 1787 werd Buys gevangen genomen door de Pruisen die de in het nauw gedreven stadhouder Willem V te hulp waren gekomen. Buys werd naar Wesel gevoerd, maar wist te ontsnappen en kwam naar Overijssel terug, eerst naar Deventer en vervolgens naar Kampen. Tijdens zijn organistschap werd het orgel van de Bovenkerk uitgebreid met een vrij Pedaal en, boven bestek, met een klein Borstwerk. Hij moet een knap musicus geweest zijn, die behalve orgel ook hoorn, trompet, viool, altviool en piano kon spelen. Omdat hij zijn positie kon verbeteren, ging hij in 1791 naar Zaltbommel waar hij de functies vervulde van organist, klokkenist en stadsmusicus. Samen met Alijda Brandts, met wie hij in 1825 in het huwelijk zou treden (het was zijn tweede huwelijk) kreeg hij in 1812 een zoon, Cornelis Alexander Brandts, die zich later Brandts Buys ging noemen. Deze Cornelis Alexander werd de stamvader van het bekende geslacht Brandts Buys, dat in de negentiende en twintigste eeuw op muzikaal gebied via vele familieleden vermaardheid verwierf. Cornelis Buys overleed in Zaltbommel op 2 maart 1831.

