Willem Bruinier Jz. (1741-1745)
Willem Bruinier was een zoon van Jan Bruinier, koster-organist van de Waalse Kerk te Kampen. In juni 1709 werd hij burger van de stad. In 1740 viel Bruinier, die bij het "examen" van 1737 als tweede na Breunissen was geƫindigd, in voor de overleden organist. Op 3 juni 1741 volgde zijn benoeming, eveneens op een salaris van 400 gulden per jaar. In hetzelfde jaar solliciteerde Bruinier ook in Delft. Hij werd hier opnieuw tweede van in totaal 17 sollicitanten en bleef zodoende nog enige tijd in Kampen. In zijn tijd werd het orgel in de Bovenkerk door A.A. Hinsz vemieuwd en uitgebreid. Op 10 oktober 1743, toen het nog niet geheel was afgewerkt, maar al wel kon worden bespeeld, keurde hij het orgel, samen met Hendrik Redeker. In September 1744 werd Willem Bruinier ingeschreven als lidmaat van de Gereformeerde Kerk te Kampen. Vreemd is dat hij al op 28 november 1745 met attestatie naar Enkhuizen vertrok, waar hij was benoemd tot organist van de St.-Gomarus of Westerkerk. Daarnaast zou hij er werken als beiaardier. Bruinier bleef in Enkhuizen tot aan zijn dood in 1786. Hij werd er stamvader van een reeks organisten en klokkenisten. Het instrument dat Bruinier te Enkhuizen te bespelen kreeg was een orgel uit 1547 van Hendrick Niehoff. Wellicht kon hij het moderne orgel van Hinsz niet zo waarderen.

