Hieronder wat meer informatie over:
Orgelkas
De kas is zodanig gemaakt, dat alles wat aan resonantie wordt ontwikkeld door het pijpwerk in de kas wordt versterkt en omgezet in klank. Dat gebeurt o.a. doordat de eikenhouten panelen aan de zijden dunner zijn dan in het midden, de constructie zeer hecht is en naar onderen toe een oplopende matenreeks is gehanteerd.
Windlade
De windlade is geen apart onderdeel in het orgel, maar een deel van de kas! De windlade is de krans. De bovenkas staat op de windlade. Er zijn nauwelijks conducten aangebracht, want ook de meeste frontpijpen staan op de lade. Windtechnisch allemaal zeer economisch, maar met name komt dit het rendement van omzetten van resonantie in de klank ten goede.
Pijpwerk
Voor het pijpwerk heeft het Bader-orgel van de St. Walburgiskerk in Zutphen als voorbeeld gediend. Het oude pijpwerk is wetenschappelijk onderzocht en op basis daarvan is het pijpwerk voor Kampen op dikte gegoten en gehamerd. Daarna zijn de hamerslagresten van de frontpijpen verwijderd en zijn deze voorzien van tinfolie.
De pijpen zijn gemaakt zonder kernsteken. Eerst ‘spuckt’ dat soms nog wat, maar dat gaat ook weer vanzelf weg. Het geluid is enorm draagkrachtig, maar toch niet luid. Ook de tongwerken zijn zonder lood- of leerbeleg gemaakt.
Windvoorziening
Klankconcept
De klank van het koororgel heeft zijn uitgangspunt in het midden van de zeventiende eeuw, dat behoeft het spelen van muziek uit andere perioden niet uit te sluiten.
Het orgel bezit een rijk klankpalet: een groot plenum op het Hoofdwerk, aangevuld met een 16-voets Quintadeen en een 16 voets Fagot die de ‘Gravität’ aan de klank toevoegen, en een kleiner, minder uitgewerkt plenum op het Bovenwerk. Daarentegen biedt het Bovenwerk weer een rijkere schakering aan fluitregisters in verschillende bouwwijze en mensuren. De keuze voor de tongwerken mensuren is vooral ingegeven door de 18e eeuwse traditie, ook de Cornet kan aan deze klankwereld worden toegeschreven. Het Pedaal verenigt de basfuncties, continuo- en solospel in zich, binnen een beperkte dispositie. Als een extra feestelijke toegift kan tenslotte de Klaroen ten gehore worden gebracht.
Stemming
Het nieuwe orgel is qua stemming niet afgestemd op het Hinsz-orgel. Samenspel is dan ook niet mogelijk. Het is hier ook geen cultuur geweest om twee of meer orgels, zoals in zuidelijke landen, in vraag en antwoordspel te laten klinken. In de Bovenkerk is gekozen voor een op zichzelf staand instrument dat geschikt moet zijn om met andere instrumenten te kunnen samenspelen. Het Hinsz-orgel is een orgel uit een heel andere tijd, de galantere tijd. Dat Hinsz-orgel is gewoon een fantastisch bezit, maar het is een andere mooie vrucht dan die uit de renaissance. Het is vanuit een ander denkbeeld gemaakt.






