In
de jaren 1788/1790 brachten H.H. Freytag en F.C. Schnitger Jr.
een vrij pedaal van 8 stemmen aan en voegden een Borstwerk van 4
stemmen toe, dat bespeelbaar was vanaf het Bovenwerk-klavier. De
Dulciaan 8' van het Rugwerk plaatsten zij op dit nieuwe
Borstwerk, op de vrijgekomen plaats in het Rugwerk kwam een
Fagot 16'.
Gedurende de negentiende
eeuw werkten de orgelmakers Van Gruisen, Scheuer en Naber aan
het instrument. In 1866 gaf de Kamper orgelmaker Zwier van Dijk
het Borstwerk een eigen klavier. Tevens voegde hij enige stemmen
toe.
De grote restauratie
(van 1967-75) werd uitgevoerd door orgelmakerij Bakker & Timmenga te
Leeuwarden. De belangrijkste vraag was welke dispositie als uitgangspunt moest worden genomen: die van
1790, of die van voor 1866. Men heeft uiteindelijk gekozen voor
een oplossing waarbij het mogelijk is gebleken acht registers
van omstreeks 1820/1866 te handhaven.